09 juni 2012

Ongeluk (2)

Onlangs liep ik door het Amsterdamse Bos over een smal, met onkruid overwoekerd paadje vol plassen. Het pad leidde langs hockeyvelden waar ik, terwijl ik liep, het spel probeerde te volgen. Ondertussen kwamen mij lopers tegemoet. Omdat ik op zo veel dingen tegelijk lette (hockeymeisjes, plassen regenwater, brandnetels, tegenliggers), ontging mij een lantaarnpaal, waar mijn hoofd met een doffe dreun tegenaan knalde. Vreemd genoeg had ik de bomen die langs het pad stonden wel gezien. Ik vloekte, ving de meelevende kreten van de tegenliggers op, liep rustig door en peilde of ik een hersenschudding had. Dat viel gelukkig mee. Wel had ik mijn tong kapot gebeten en was er een stukje tand afgebroken. Fluorescerende kleding ter preventie van ongelukken biedt voor mij geen soelaas, ik heb meer aan hand- en kniebeschermers, plus een integraalhelm. • Camille Boyer